Kip (vogel)


De kip (Gallus gallus domesticus) is een gedomesticeerde vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae).

Er bestaat een zeer groot aantal kippenrassen. Zie daarvoor de lijst van kippenrassen.

Kip in de natuur

Oorsprong

De eerste kippen leefden rond 5000 v. Chr. hoog in de bomen van de Zuid-Aziatische jungle en werden Bankivahoen genoemd, ook wel rode boshoen of rode kamhoen genoemd. Met hun grote klauwen en sterke snavels waren het echte roofdieren. De Latijnse naam voor deze roofvogel is Gallus Gallus. Het Bankivahoen is erg schuw, wantrouwig, sluw en snel. Hij is niet groot, ongeveer zo groot als de gemiddelde krielkip. Het Bankivahoen komt in India en Zuidoost-Azië nog steeds voor in het wild. Deze vogels hebben waarschijnlijk Midden-oost Europa bereikt. In het oude Sumer noemde men het de vogel uit Meluhha. De hen legt zo'n twaalf eieren per jaar.

Kip als exoot

In onder meer Nederland komt de kip voor als exoot. Het gaat hierbij om kippen uit gevangenschap die zijn verwilderd. Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld door bijvoederen) worden het er zoveel dat ze gevaar voor verkeer op kunnen leveren.

Anatomie en gedrag

Een kip kan goed hard voedsel zoals maïskorrels eten. Wat ze oppikt komt eerst in een zak terecht (de krop). Het wordt daar met speeksel geweekt. Daarna zijn er twee magen die meehelpen om het voer fijn te krijgen. De kliermaag voegt maagsappen toe voor de verdere vertering. De spiermaag kneedt het voer en maalt het fijn met behulp van kleine steentjes die de kip oppikt, daarom is het van belang bij kippen die op een beperkte ruimte leven om grit tot hun beschikking te stellen. Daarna wordt het verder verwerkt in de dunne darm. De reststoffen verlaten het lichaam via de endeldarm en de cloaca. Een kip heeft twee blindedarmen. Ze helpen bij de vertering van ruwvezels en onttrekken vocht aan de voedselmassa.

De kip kan haar kop heel ver in alle richtingen draaien. Dat komt door het grote aantal halswervels: veertien. De mens heeft er maar zeven. Kippen kijken niet ver. Wat verder dan vijftig meter bij hen vandaan gebeurt, kunnen ze niet zien.

Een kip heeft geen oorschelp. Wat op meer dan vijftig meter afstand gebeurt, hoort ze niet. Een kip ziet kleuren ook anders. Voor een kip is roodgeel de helderste kleur. Daarna volgt geel. Overigens heeft de kip wel oorlelletjes. Meestal legt een kip met witte lelletjes witte eieren en één met roze lellen bruine.

Kippen hebben de neiging om naar rode voorwerpen te pikken wat opmerkelijk is omdat hun kam en lellen zelf rood zijn. Wanneer een kip eenmaal bloedt door het pikken, kan het hierdoor gebeuren dat kippen elkaar uiteindelijk doodpikken.

De leeftijd van een kip is helemaal afhankelijk van welk ras kip het is. De 'gewone' bruine industriekippen, de hybrides, worden vaak niet ouder dan een jaar of 2 - 3. Maar je hebt ook rassen die wel 20 jaar oud kunnen worden. De leeftijd hangt helemaal af van welk soort het is. Maar gemiddeld worden de meeste rassen zo'n 10 jaar oud.

De kip heeft drie voortenen en een achterteen met een spoor erboven. Er hangen scherpe nagels aan de teentjes. Dit is vooral omdat de kip goed zou kunnen scharrelen.

Haan

Hoofdartikel: Haan

Mannelijke kippen worden haan genoemd. Zij onderscheiden zich van de vrouwtjeskip doordat ze meestal groter zijn, een staart met langere en meestal sikkelvormige veren hebben, bij gekleurde rassen meer kleuren veren hebben dan de hen, een grotere kam op het hoofd hebben en (grotere) sporen aan de poten hebben. Een gecastreerde haan is een kapoen. Ook het gedrag van een haan is anders dan dat van een hen.

Hen

Hoofdartikel: Hen

Een vrouwelijke kip wordt een hen genoemd. Wanneer hennen 5 tot 6 maanden oud zijn, kunnen ze eieren leggen. Het maximaal aantal eieren dat de hen kan leggen is gelijk aan het aantal eicellen dat bij de geboorte in de eierstok zit.

De hen heeft, in tegenstelling tot de meeste dieren, slechts één werkende eierstok - de linker - die is gelegen in de lichaamsholte vlakbij de ruggengraat. Wanneer de hen voor de eerste keer een ei moet leggen, worden kam en lellen wat roder van kleur. Vaak gaat de hen geluiden maken die doen denken aan binnensmonds mompelen.

Zeer bijzondere Hoendersoorten

Zijdehoen of Wugu-ji

Een van de meest aparte, wonderlijke, en mooiste kippensoorten is het Zijdehoen of Wugu-ji, ook wel Neger- en Morenhoender genoemd vanwege zijn zwarte huid. Het Zijdehoen heeft zelfs zwart vlees en zwarte botten. Het Zijdehoen heeft een aparte vacht, het vacht lijkt meer op haar dan op veren. En het zijdehoen heeft ook 5 tenen aan de voeten in plaats van de gebruikelijke 4. De tenen zijn ook voorzien van lange klauwen. Ook aan de armen (vleugels) heeft het zijdehoen 4 vingers waarvan twee aan elkaar gegroeid (zoals bij elke vogel) en nog een gewone vinger en een extra vinger. De laatse twee genoemde vingers hebben klauwen. En waarschijnlijk leefde het Zijdehoen van oorsprong in de himalaya gebergte.

Zie voor meer info: Zijdehoen.*

Gallus Giganteus

Waarschijnlijk heeft er ooit een reuzenhoen bestaan: Het legendarische reuzen(vecht)hoen Gallus Giganteus. Over deze hoen is weinig bekent. Hij moest reeds een lange tijd uitgestorven zijn. Gallus Giganteus moest er uit gezien hebben als de Maleier. De Maleier is een oeroud vechthoender met lange grote poten, een sterke snavel en een walnootkam. En waarschijnlijk stamt de Maleier af van Gallus Giganteus, alleen moest Gallus Giganteus wel veel groter geweest zijn. Alhoewel de Maleier vroeger al een schedelhoogte van 90 cm had.

Amerikaanse mariniers ontdekten in de Tweede wereld oorlog op het eiland Saipan, de grootste eiland van de Marianen in het zuidelijke gedeelte van de Grote oceaan, een ogenschijnlijk in het wild levend zeer groot en fors junglehoen van een Maleierachtig vechthoendertype. Op initiatief van de mariniers werden na het beëindigen van de oorlog enige exemplaren naar Noord en Zuid Amerika verscheept in het bijzonder naar Braziliaanse belangstellenden. DR J.D. Burnette, Olmsted Falls/Ohio een van de grootste gangmakers en verbreider van de dit ras, vermeldt echt sensationele gewichtslimieten van 4,36-9,68 kg voor de haan en 2,9-7,26 voor de hen. Tegelijkertijd ziet dr Burnette in de Saipan Junglehoenders het levende bewijs dat de Gallus Giganteus nooit uitgestorven is. Echter in internationaal verband moet zal bewezen worden dat de opgegeven mammoetgewichten ook werkelijk gerealiseerd kunnen worden. In dat verband stemmen de verschillen van 5 kg tussen minimum en maximum gewicht, iets wat bij andere hoenders niet aangetroffen wordt, tot nadenken. In sommige gevallen zouden opgerichte Saipanhanen een schedelhoogte bereiken van 90 cm en over een platte aarbeikam beschikken; soms ontbreekt deze geheel. De snavel is hoornkleurig, en bij donkere kleurslagen is deze ook geheel donker. De kin en oorlellen zijn klein of ontbreken soms. De diepliggende gele ogen worden goed beschermd door de sterk ontwikkelde wenkbrauwen. De kop is sterk en lang en de rug is eveneens vrij lang. De sterk bevederde staart wordt betrekkelijk vlak, en bij de hennen recht gedragen. De schouders zijn goed ontwinkeld en de vleugels worden net als bij Maleiers op de rug gedragen. De lange sterke loopbenen zijn geel. De kleurslagen zijn goud, platina, wit en wildkleurig.

Zo moest Gallus Giganteus er waarschijnlijk uit hebben gezien, maar waarschijnlijk veel groter.

Voortplanting

Een haan die met een hen wil paren, pakt eerst met zijn snavel een pluk veren achter haar kop, zodat zij niet kan weglopen. Dan duwt hij zijn cloaca tegen de cloaca van de hen aan. De haan drukt dan zijn penis iets naar buiten en spuit de zaadcellen in de hen. Ze bevruchten dan de eicellen in de eileider. De cloaca is een opening onder in de buik van een kip. Nadat de kip het bevruchte ei heeft gelegd, kan het ei op 2 verschillende manieren worden uitgebroed. Een broedse hen kan dit doen, of men kan de eieren in een broedmachine uitbroeden. Na 21 dagen (dit kan één tot twee dagen afwijken) zullen de eieren uitkomen. Kuikens die met de broedmachine zijn uitgebroed hebben veel meer aandacht nodig dan kuikens die door een hen zijn uitgebroed. In het laatste geval hoeft men in principe alleen maar voor eten (opfokkorrel of kruimel 1 of 2, afhankelijk van de leeftijd) en drinken te zorgen. Heeft men kuikens uitgebroed met een broedmachine, dan zal men de kuikens warm moeten houden m.b.v. een warmtelamp of een warmteplaat.

Broeden

Het kan voorkomen dat een hen broeds wordt. Niet alle hennen worden broeds, maar als het gebeurt, vindt het doorgaans plaats in het voorjaar. De kip trekt zich dan terug op de plaats waar zij de eieren heeft gelegd en broedt ze uit. Dit duurt 21 dagen. Gedurende deze periode eet en drinkt de hen niet veel, mede om te voorkomen dat zij veel ontlasting produceert en het nest bevuilt.

Tijdens de broedperiode stopt de kip met het leggen van eieren. Een broedse hen maakt typische geluiden (het z.g. klokken) en verlaat het nest zelden om te drinken, eten of een stofbad te nemen. Ze houdt de eieren op een constante temperatuur (een kip heeft een lichaamstemperatuur van 41° C) en keert de eieren op bepaalde tijdstippen.

Als er geen eieren uitkomen, verlaat de broedse kip het nest meestal na verloop van tijd. Er zijn echter ook gevallen bekend waarbij de kip zich letterlijk doodbroedt.

Kuiken

Een niet getraind mens kan aan de buitenkant van het kuiken moeilijk tot niet zien of het een vrouwelijk of een mannelijk kuiken betreft. Bij sommige rassen is het onderscheid te maken aan de hand van de kleur van het kuiken, bij andere rassen is het mannelijke kuiken groter dan het vrouwelijke. Getrainde mensen maken het onderscheid met behulp van kuikenseksen.

Kippenkuikens zijn erg kwetsbaar en niet gezegend met een grote intelligentie. Ze zijn een gemakkelijke prooi voor roofvogels, katten en andere carnivoren en kunnen verdrinken in een waterbak of slootje. De moederkloek zal echter proberen haar jongen vol overgave te verdedigen tegen aanvallers.

Kuikens kunnen nadat ze uit het ei gekropen zijn meteen lopen, eten en piepen. Ze zullen de eerste dagen vooral doorbrengen in het zachte, warme dons van de moederkloek; daarna zullen ze meer zelfstandig op stap gaan. Als de moeder vindt dat de jongen te eigenwijs zijn, zal ze ze door middel van haar geklok terugroepen.

Aanvankelijk bestaat de vacht van een kuiken uitsluitend uit dons, maar al na enkele dagen verschijnen de eerste veertjes.

Ei

Een hen doet er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. In vroegere eeuwen werd wel verondersteld dat hanen ook eieren leggen.

Als de eicel bevrucht is door een haan, vormt het ei een bescherming voor het kuiken. Het embryo eet van het eigeel en het eiwit en na 21 dagen broeden komt het kuiken uit het ei. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier, deze bevindt zich later in het centrum van het kippenei. De dooier gaat door de eileider op weg naar buiten. Maar eerst komen er vier lagen eiwit omheen, daarna twee vliezen en de schaal. Terwijl het ei door de eileider glijdt, wordt de voorkant puntig, de achterkant blijft stomp. Alles bij elkaar duurt het ontstaan van een ei ongeveer 25 uur, van eicel tot ei.

De volgende dag gebeurt hetzelfde en zodoende legt een kip bijna elke dag een ei.

Eicel

Het proces begint met de enkele duizenden onrijpe eicellen die de kip bij haar geboorte in haar eierstok heeft (een kip heeft maar één eierstok). Als de hen geslachtsrijp is, worden deze eieren één voor één rijp. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier waarna de ovulatie plaatsvindt. De ovulatie is het startsein voor de opbouw van de rest van het ei. De eicel, genesteld in de nu voltooide dooier, wordt afgestoten door de eierstok en komt terecht in de trechtervormige opening van de eileider. De eileider is een holle, gekronkelde, flexibele buis met een lengte van ongeveer 75 centimeter. De binnenwand van deze buis bestaat uit klierweefsel, dat verschillende eiwitlagen rond de dooier afzet. Als de hen in de afgelopen weken gepaard heeft, zal het boveneinde van de eileider sperma bevatten, waardoor de eicel bevrucht kan worden.

Dooier

Na ongeveer 15 minuten verdikt het dooiervlies. De dooier is een kogelronde bal van 3 tot 4 centimeter doorsnee en draait in de eileider rond met de draai-as in de lengterichting van de eileider. De kleur van de dooier varieert van geel tot oranje, afhankelijk van de voeding die de dieren hebben gehad. De kleur van de dooier wordt donkerder naarmate er meer caroteen in het voer van de kip zit. Caroteen zit onder andere in wortel. Als de kip dan maar één of twee keer per dag eet, in plaats van de hele dag door, zijn in de eierdooier duidelijk laagjes pigment te onderscheiden. In de dagen voor de ovulatie neemt de eierdooier sterk in grootte toe: er moeten immers voldoende voedingsstoffen in opgeslagen worden voor de broedperiode van drie weken. Een dooier is eigenlijk een eicel met veel reservevoedsel. Bijna iedere dag komt er een nieuwe dooier in het begin van de eileider.

Eiwit

Na ongeveer een kwartier bewegen eicel en eidooier zich naar een ander gedeelte van de eileider, waar binnen enkele uren zich vier afwisselend dikke en dunne lagen eiwit over de eierdooier vormen. Bij de eerste laag worden de hagelsnoeren gevormd, dit zijn de strengen waarmee de eierdooier aan de eierschaal vastzit en in het midden van het ei gehouden wordt. In het volgende gedeelte van de eileider worden eidooier en eiwit gewikkeld in twee sterke, dunne vliezen die bijna geheel aan elkaar vastzitten. Er is één open plekje, waar zich later een luchtbel zal vormen om het kuiken van de eerste ademteugen te voorzien. De vliezen dienen voornamelijk als bescherming tegen bacteriën. Gedurende de volgende vijf uur wordt het ei opgepompt met water en zouten die uit de eileiderwand door de vliezen in het eiwit gevoerd worden. Het draaien van het ei gaat nog door in het laatste deel van de eileider.

Schaal

Als daarna de schaalafzetting begint, worden de vliezen strak gespannen, doordat het eiwit nog wat vocht opneemt. Aan de zijkanten wordt het ei daarbij ingedrukt door de cilindervormige eileider. Zo ontstaat de kenmerkende cirkelvormige doorsnede van het ei. De uiteinden gaan bol staan door de spanning van de vliezen. De bolvorm ontstaat vanzelf. Het is de vorm waarbij de spanning gelijkmatig over het vlies wordt verdeeld. De vorming van de eischaal duurt ongeveer veertien uur. De schaal bestaat voor ongeveer 4% uit eiwit en voor 95% uit calcium-carbonaat. Tevens zit er nog wat magnesiumchloride en calciumfosfaat in de eischaal. Een groot gedeelte van deze benodigde kalk wordt uit de botten van de kip gehaald! In de eigang wordt de kleurstof van de eischaal gemaakt en aangebracht. Als laatste komt er een soort wasachtige laag om het ei, waardoor vochtverlies wordt tegengegaan. In de schaal zitten tienduizend luchtgaatjes. Door die gaatjes komt zuurstof in het ei. Ook ontsnapt zo verdampt water uit het ei. Zonder de poriën zou het kuiken verdrinken.

Leg

Een hen legt in principe het hele jaar door, behalve als ze broeds is, in de rui is of ziek is. De energie wordt dan in het nieuwe verenpak of in het herstel van een ziekte gestoken. In de maanden december en januari komt de leg op een laag pitje te staan. Dit is de donkerste periode van het jaar en is voor de hen een periode om een beetje tot rust te komen en energie te verzamelen voor het voorjaar om dan weer veel eieren te leggen en eventueel te broeden. Kippen hebben een open bekken. Dit betekent dat de schaambeenderen niet gesloten zijn aan de onderzijde. Daardoor is er aardig wat ruimte voor het ei.

Vorm

Een kippenei is ovaal. 'Ovaal' is afgeleid van het Latijnse woord ovum, dat ei betekent. Eigenlijk staat in het eerste zinnetje: een ei is eivormig. 'Ovum' is afgeleid van het Latijnse woord avis, dat vogel betekent. Ovum is 'het ding van de vogel'. Terwijl het ei door de eileider glijdt, wordt de voorkant puntig, de achterkant blijft stomp.

Inhoud van het ei

In elk ei zit een luchtbel die groter wordt naarmate de inhoud van het ei meer afkoelt. Hieraan kan afgemeten worden hoe vers een ei is. Een ei bevat ongeveer dertien procent eiwit, elf procent vet, veel mineralen (vooral ijzer) en veel vitamines A, B en D. De rest is water. Eiwit vormt samen met water het belangrijkste bestanddeel van het wit van het ei. De andere stoffen zitten in de dooier (het eigeel). De eidooier bevat overwegend onverzadigde vetzuren. In het eigeel zit ook cholesterol. De voedingswaarde van het ei kan enigszins worden gestuurd door de samenstelling van het voer te veranderen.

Afwijkingen

Productie, verkoop en intensievering

Kippen worden gehouden voor hun vlees en voor hun eieren. De 19de eeuwse kleinschalige gemengde bedrijven zijn steeds verder gaan intensieveren met onder andere als resultaat de huidige legbatterijen. Batterijkippen worden binnen gehouden in vrij kleine kooien.

Doordat er pluimveebedrijven met grote aantallen dieren dicht bij elkaar staan, maar ook omdat er steeds meer kippen buiten lopen(Freiland) en dus in contact komen met wilde vogels. Zijn er meer uitbraken van ziektes, zoals vogelpest. Kippenvlees en ook rauwe eieren bevatten in Nederland en België soms de salmonella bacterie, die ernstige voedselvergiftiging kan veroorzaken, mede doordat de consument de producten niet goed bereid of bewaard.

Als een kip voorheen op een boerderij geslacht werd, gebeurde dat door de kop eraf te hakken. De kip kan daarna nog een tijdje reflexmatig blijven rondrennen. <br>Enige begrippen:

Kip wordt in supermarkten en door slagerijen verhandeld. Een speciaalzaak voor kippenvlees en wild heet een poelier, van het Franse woord voor kip, poule.

Kip in de taal

Kip in de keuken

Kip kan op veel manieren bereid worden als voedsel, bijvoorbeeld in de grill, op de barbecue, gebakken of gebraden met allerhande kruiden en wijn, maar ook wel gekookt voor in soep. Kip is wereldwijd het meest gegeten stukje vlees.

In de Indonesische keuken wordt kip Ajam genoemd.

Zie ook

Categorie:Aziatische exoot in Europa

(K)e